Tulp

Van Turkse tulband naar Amsterdams grachtenpand

Ah, de tulp! Hollandser kan het haast niet, zou je denken, maar de tulp is eigenlijk oer-Iranees, oer-Afghaans en oer-Kazachstaans. Nomaden namen de kleurrijke bloemen mee naar Turkije, waar stoere sultans een tulp op hun tulband gingen dragen. De bloem kreeg zo zijn naam: ‘tulipan’ betekent namelijk tulband.

Kleuren en vormen

De altijd vrolijke tulp is er in het wit, rood, geel, roze, paars, oranje, groen of met meerkleurige bloemblaadjes. Ook de vormen van de tulp zijn een feestje voor het oog. Zo kom je ze tegen met een enkele of een dubbele rij bloemblaadjes, zijn er ook opvallende franje- en parkiettulpen met gekartelde bloemblaadjes en is er de speelse lelietulp. Pioentulpen lijken de zusjes van pioenen en Franse tulpen zijn, in tegenstelling tot de meeste Françaises, bijzonder lang en hebben zeer grote bloemen.


Symboliek

Gaf je in de zestiende eeuw een tulp, dan gaf je rijkdom. In die tijd was de bloem namelijk mateloos populair en ontstond er een speculatieve handel in tulpenbollen. Voor de prijs van één tulpenbol schafte je toen een heel grachtenpand aan in Amsterdam. Inmiddels kost een leuke bos nog maar een paar euro, maar de symboliek is wel in waarde gestegen. Geef je tulpen, dan geef je ook een boodschap. Zo betekenen rode tulpen onstuimige liefde en met zwarte tulpen zeg je: ‘Ik hou zoveel van je dat ik alles wil opofferen.’ Die geef je dus niet zomaar weg.

Herkomst

Tulpen vind je in het wild in Noord-Afrika en Zuid-Europa tot aan het noordwesten van China. Met de grootste diversiteit in drie verschillende bergketens in Centraal-Azië: de Pamir, de Tiensjan en Hindoekoesj. Het klimaat is hier met koude winters, lange lentes met koude nachten en een droge zomer ideaal voor tulpen. Tulpen hebben namelijk een koude nacht en een koude winter nodig om te kunnen groeien, waardoor ze niet in een warm klimaat gekweekt kunnen worden.