Mijn mama, de mama van mijn zus, de oma van de kinderen, de zus van haar broer. Oppassen op de kids van mijn zus als zij moet werken, elke dag bij ons komen in de zwangerschap omdat wij zelf bijna niets mochten doen. We wonen beide ver weg. Elke keer dat ik naar het ziekenhuis moet komt ze in huis. Voor haar broer, die zelf niet kan, gaat ze elke week boodschappen doen. Zij verdient 'n bloemetje!
Femke
Franka
1